Algemeen
Afwijkende mondgewoonten zijn gewoonten die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, uitspraak en het gehoor. Afwijkende mondgewoonten zijn: mondademen, verkeerd slikken en duim-, speen en vingerzuigen. Deze gewoonten kunnen het gevolg van elkaar zijn of elkaar in stand houden.
Mondademen
Mondademen is het ademen door de mond wanneer er niet gesproken wordt. Mondademen kan na een verkoudheid als gewoonte ontstaan. Ook kan mondademen een gevolg zijn van duim-, speen en vingerzuigen doordat de tong slap wordt en hierdoor de mond sneller openvalt.
De gevolgen van mondademen kunnen zijn:
- Verkoudheden:koude en vuile lucht die normaal door de neus wordt gezuiverd, komt nu ongefilterd binnen. De kans op ontstekingen van de luchtwegen wordt hierdoor groter. Ook kan mondademen een verkoudheid in stand houden
- Verminderd gehoor doordat er minder vaak geslikt wordt
- Uitspraakproblemen zoals slissen
- Verslapte spieren van het mondgebied
- Gebitsafwijkingen doordat de tong laag in de mond ligt en er onvoldoende lipspanning is.
Verkeerd slikken
De juiste positie van de tong tijdens slikken is met de tongpunt vlak achter de boventanden. Bij verkeerd slikken komt de tong tegen of tussen de tanden of kiezen. Verkeerd slikken kan komen door mondademen en duim-, speen en vingerzuigen.
De gevolgen van verkeerd slikken kunnen zijn:
Gebitsafwijkingen, zoals een openbeet of overbeet en uitspraakproblemen.
Duim-, speen en vingerzuigen
Veel kinderen hebben een zuigbehoefte. Bij het duimen of speenzuigen zijn de tong, kaken en tanden in dezelfde positie al bij borst- en flesvoeding. Bij het zuigen op de duim, speen of flesje komt de tong tegen de binnenkant van de onderlip. Rond de negende maand vermindert de zuigbehoefte en kan het speenzuigen afgebouwd worden. Het drinken uit een flesje kan langzaamaan vervangen worden door het drinken uit een beker. Duim- en vingerzuigen moet rond het derde jaar afgeleerd zijn.
De gevolgen van duim,- speen en vingerzuigen kunnen zijn:
- Mondademen
- Afwijkend slikken
- Gebitsafwijkingen
- Uitspraakproblemen
- Verslapte pieren van het mondgebied
Onderzoek
Wanneer uw kind bij leen logopedist komt vanwege afwijkende mondgewoonten en/of uitspraakproblemen, zal er onderzoek gedaan worden naar de uitspraak van klanken, de motoriek van de spraakspieren en het slikken. Ook zal er gekeken worden of er sprake is van mondademen en zuiggewoonten. Tevens wordt er gekeken naar de gebitsstand.
Therapie
In de logopedische therapie wordt zonodig gewerkt aan het versterken van de spraakspieren, het stimuleren van lipsluiting en het neusademen, correct slikken en afbouwen van zuiggewoonten.
De logopedist heeft hier verschillende materialen en hulpmiddelen voor. Positief gedrag wordt aangemoedigd en beloond.
Zelf doen
Wat kunt u er zelf aan doen om uw kind te helpen? Voor het aanleren van correct slikken kunt u het beste bij een logopedist terecht. In het geval van mondademen is het belangrijk dat het kind zich bewust wordt van zijn gedrag. De lip- en tongspieren kunnen getraind worden met mondspelletjes. Voorbeelden hiervan zijn: hagelslag met de tongpunt oplikken, jam van de lippen likken, kusbewegingen maken en tijdens voorlezen een flippo tussen de lippen (de neus mag bij deze oefening uiteraard niet verstopt zijn). Wanneer het kind slaapt kunt u zijn lippen sluiten.
Bij duim-, speen en vingerzuigen kunt u het kind beloninkjes geven wanneer het niet zuigt. Wanneer het kind slaapt kunt u de duim of speen uit de mond halen en de lippen sluiten.